Theo werd langzaam wakker uit een verwarrende droom. Vaag kon hij zich nog een aantal beelden uit de droom herinneren. Iets wat hem tot voor kort nooit gebeurde. Theo had zich lang geleden erbij neer gelegd dat hij zijn dromen nooit kon onthouden. Hij was er altijd van overtuigd geweest dat hij nooit droomde. Totdat hij ergens gelezen had dat iedereen altijd droomt tijdens het slapen, maar dat veel mensen – net als hij – zich daar meestal maar weinig bewust van waren. Pas sinds een paar weken bleven er af en toe flarden van een droom hangen.